Praktijknetwerken versnellen verduurzaming van de bollenteelt

Van ambitie naar praktijk

Een toekomstbestendige bollenteelt ontstaat niet achter een bureau, maar in de praktijk. Daarom spelen regionale praktijknetwerken een belangrijke rol binnen Toekomst Bollenvak. Hier werken telers, toeleveranciers, kennisinstellingen, waterschappen en regionale overheden samen aan de verduurzaming van de sector.

De ketenpartijen achter Toekomst Bollenvak hebben een gezamenlijke ambitie: werken aan een sterke, duurzame en toekomstbestendige bloembollensector. Daarvoor zijn doelen en KPI’s vastgesteld op thema’s als plantgezondheid, bodem, water, biodiversiteit, energie en mens & maatschappij. Maar ambities alleen zijn niet genoeg. De echte verandering vindt plaats op het erf en in het veld. Juist daar spelen de praktijknetwerken een cruciale rol.

Meten, leren en verbeteren

Binnen de praktijknetwerken onderzoeken en testen telers nieuwe maatregelen en werkwijzen. Ze verzamelen data, monitoren resultaten en delen ervaringen met elkaar. Wat werkt goed? Welke uitdagingen komen ze tegen? En hoe kunnen maatregelen verder worden verbeterd?

Door samen te meten, te leren en te verbeteren ontstaat kennis die direct toepasbaar is in de praktijk. Telers leren van elkaars ervaringen en hoeven niet allemaal zelf hetzelfde wiel uit te vinden. Zo worden duurzame oplossingen sneller ontwikkeld én sneller toegepast.

Samen werken aan resultaat

De praktijknetwerken helpen om de voortgang richting de doelen van Toekomst Bollenvak zichtbaar te maken. Ze laten zien wat werkt, waar kansen liggen en welke stappen nodig zijn om verder te verduurzamen.

De groei van de praktijknetwerken laat zien dat deze aanpak aanslaat. In 2025 maakte 33 procent van het Nederlandse bloembollenareaal deel uit van een regionaal praktijknetwerk. Dit jaar groeit dat naar 52 procent. De ambitie is om in 2027 uit te komen op 70 procent van het areaal.

Verspreid over het land werken initiatieven als De Drentse Lelie, Praktijknetwerk Bloembollenteelt Flevoland, Fieldlab Bol, NLG Holland en de regiocertificering in de Greenport Duin- en Bollenstreek aan dezelfde opgave. Elk vanuit de eigen regionale uitdagingen, maar met een gezamenlijk doel: een bloembollensector die blijft ontwikkelen, verbeteren en toekomstbestendig ondernemen mogelijk maakt.

Mensen achter de samenwerking

mensen achter Toekomst Bollenvak

vlnr kartrekkers en verbinders Michel Jansen, Bernd Feenstra, Rob Brekelmans, Marja Hoorweg, Ben Seubring en Karin van den Berg.

Achter de praktijknetwerken en het programma Toekomst Bollenvak staan mensen die samenwerking organiseren, kennis verbinden en verduurzaming in de praktijk helpen versnellen. De projectleiders van de regionale praktijknetwerken brengen telers, kennisinstellingen, overheden en andere partners samen rond regionale uitdagingen en kansen. Het programmamanagement van Toekomst Bollenvak zorgt voor de verbinding tussen de praktijknetwerken, de verschillende pijlers en de gezamenlijke ambities van het programma.

Op de foto zes kartrekkers samen: het programmamanagement, bestaande uit Bernd Feenstra, Karin van den Berg en Michel Jansen. En projectleiders Rob Brekelmans van Fieldlab Bol, Marja Hoorweg van Praktijknetwerke Bloembollenteelt Flevoland en Ben Seubring voor De Drentse Lelie. Vanuit hun verschillende rollen werken zij aan hetzelfde doel: kennis delen, samenwerking versterken en de verduurzaming van de bloembollensector verder brengen.

De praktijknetwerken in Nederland, hun onderlinge samenhang en hun bereik.

Volgende
Volgende

Bloembollenkwekers werken samen aan duurzame teelt